Sommige meisjes vallen op jongens. Sommige jongens vallen ook op jongens, en dat dat niet altijd even gemakkelijk geaccepteerd wordt blijkt wel uit het verhaal van Robin.
Ikzelf heb er niet zoveel problemen mee als ik herkend wordt. Mijn ouders, die zijn er wel bang voor. Ik denk dat ze er moeite mee hebben dat anderen hun erop zullen aanspreken dat ik homo ben. Als zij het accepteren betekend dat nog niet dat anderen dat ook accepteren. Anderen komen dan naar je toe en dan ben jij degene die dat kind heeft gebracht en jij bent dat schuld dan. Dat is helemaal niet zo. Zij kunnen er niets aan doen, ik kan er niets aan doen, het is zo. Dat zullen zij moeten accepteren, dat moet ik accepteren, dat zal iedereen moeten accepteren. En dat gaat gewoon niet altijd even makkelijk. Want niet iedereen wil dat: uit geloof, godsdienstige redenen of dat ze het niet natuurlijk vinden.
Het is nu ongeveer een jaar geleden dat er een vriend bij mij kwam logeren en we hadden het erover dat ik op school heel vaak wordt nageroepen met 'homo' en zoiets. Ik had er zelf nooit bij nagedacht dat het misschien wel eens zo zou kunnen zijn. Ik wist dat ik anders was dan anderen maar dat dat homoseksualiteit heette dat had ik er nooit echt achter gezocht verder.
Ik was niet verliefd op meisjes. Ik liep met mijn vrienden door de stad en die riepen steeds: 'Kijk een lekker ding'. En dan moest ik kijken. Waar, wat bedoelen ze? O ja, meisje. Lekker ding? Ja, lekker ding!
Ik heb ook een jaar naast een jongen op school gezeten en ik wist niet dat dat verliefdheid heette maar achteraf denk ik: ja ik was toen al verliefd. Maar ik wist dat toen zelf niet.
Ik heb het zelf eigenlijk nog nooit gezien dat er op het platte land ook homo's bestaan. Ik had zoiets van: in de randstad daar wonen de homo's, niet hier bij ons in het dorp, daar komt dat helemaal niet voor, in Limburg bestaat dat niet. Maar dat blijkt dus anders te zijn. Maar dat wist ik niet. Ik heb zeker een half jaar lang met die gedachte rondgelopen. Ik had wel boekjes gelezen met statistiek: 1 op de 10. En als je dan gaat rekenen dan zou er dus nog iemand in de klas moeten zitten. En dan ga je dus kijken: wie zou dat kunnen zijn? Je gaat je dan echt pinnen op die ene persoon. En op zich heb je er niet zoveel aan maar ik heb er toch wel steun aan gehad: ik ben dus niet de enige. Maar wie dan nog meer?
Als je in stedelijke gebieden woont dan kun je naar instanties daarvoor, cafés heb je en het COC is er. Maar dat heb ik niet in de buurt, daar kan ik niet naar toe. Ik heb hier op het moment gewoon helemaal niets eigenlijk. Via internet kan ik wel meer contact met jongen hebben.
Ik heb er ook al enkele ontmoet. We gingen wat drinken en toen heb ik ook voor de eerste keer een jongen gekust. Dat heeft heel veel indruk op me gemaakt, ik heb er later zelfs nog om gehuild. Het was weer de spanning van het moment en effe helemaal wat anders. Maar de volgende dag was ik alweer blij dat het voorbij en gebeurd was. Ik moet zeggen dat het heel positief voor mij is geweest, want later heb ik andere jongens van mijn eigen leeftijd ontmoet en die overbrugging was er voor mij niet meer. Ik had het al een keer gedaan, ik wist hoe het moest. Want het was toch wel die onzekerheid van: als ik maar niet iets verkeerds doe bij de eerste keer zoenen. Die spanning was eraf en toen kon ik me meer gaan richten op de persoon zelf.
In een jaar heb ik al heel veel gedaan, heel veel bereikt. Terwijl anderen daar soms vier, vijf jaar over doen. En dat heb ik effe in een jaartje gedaan. Met name sinds internet, toen heb ik pas de jongens leren kennen, toen heb ik afspraken gemaakt. En dan komt van het een het ander. Anders had ik niet geweten met wie ik erover moest praten en met wie ik het homowereldje moest gaan verkennen. Ik zou niet weten wie. Niemand zegt het, ik ook niet. Toen niet. Niemand mocht het van me weten...
 |
Weer een jaar dat masker
Ik wil het niet, en bovendien
Gooi ik het, dat wil ik, weg
Voor eeuwig.... misschien... |
De opnamedag
De opnames waren op op donderdag 1 april, precies een week voor de uitzending. We hadden afgesproken op het station in Roermond. Ze kwamen een half uur te laat aan omdat ze het station niet konden vinden. Maar goed, ze waren er nu dus. Ik stapte in het busje en we besloten het interview aan de Maas op te nemen. Eerst de Maas vinden dus. We reden Roermond uit (omdat we het niet in de buurt wilden opnemen) richting Echt. Na een tijdje reden we richting de Maas. Opeens zaten we in België...
Ach, dat geeft niet, dan nemen we het maar in België op. We zochten een wei op, en installeerden ons. Dat zal vanaf de weg leuk uit hebben gezien. Ik maakte me een beetje onherkenbaarder door een zonnebril en petje op te zetten. Het merk op het petje werd afgeplakt (body glove).
Het waaide vreselijk hard in de wei maar ze zeiden dat dat geen probleem was voor het geluid.
Het interview zelf ging erg goed. Anouk stelde goede vragen en ik vertelde veel. Ik had achteraf wel moeite met de eigen meningen die ik gegeven had in combinatie met feiten, dat zou door sommigen wel verkeerd kunnen worden opgevat. Maar volgens Anouk was dat geen probleem.
Anouk had ook al een gedicht (Dat ben ik niet) gelezen en wou dat ik dat voor zou dragen op tv. Maar op school is dat gedicht ook bekend dus dat kon niet. Ik heb ter plekke even een gedichtje geschreven en voorgedragen.
Het was nog een heel gedoe dit goed op band te krijgen. Dat kwam omdat het nog harder was gaan waaien. Maar na een half uur stond het dan toch goed op band.
Na nog wat opnames van mij gingen we wat eten, op kosten van de IKON... hehe
Het was heerlijk en we konden beginnen aan de laatste opnames. Ik moest enkele malen langs de camera lopen in het dorp. Het was een willekeurig dorp. Volgens mij liep ik erg onnatuurlijk door het beeld maar volgens de cameraman viel dat wel mee.
Na ruim 5 uur werk kon ik weer naar huis. Wat een leuke ervaring!
http://www.ikon.nl/fastforward