Coming out van Roelant

Het mocht gewoon niet dat ik homo was. Niet ik. Maar ik moest er wel aan geloven. Begrijp me niet verkeerd, meisjes zijn heel leuk, maar niet leuk-leuk. En ook niet mooi. Jongens wel. Dus het zal september zijn geweest, toen ik eigenlijk tegen mezelf zei: “face it, man, je bent gewoon homo

Alle namen in dit verhaal, behalve die van mezelf, zijn fictief.

Waar moet ik beginnen?

Bij het begin, zou je zeggen. Ik weet alleen niet precies wanneer dat was. Misschien moet ik me dan eerst maar eens voorstellen.

Ik ben Roelant en ik ben op het moment dat ik dit schrijf 15 jaar. Op dit moment kennen jullie mij nog niet, maar ik heb de ambitie om schrijver te worden, mee te doen aan Wie is de Mol?, om de twee weken bij DWDD aan tafel te zitten en een belangrijke LHBT-activist te worden.

Schrijver dus. Maar dan moet het voor mij toch geen probleem zijn om dit verhaal te beginnen? Wel dus.

Er was namelijk eerst een tijd waarin ik dacht hetero te zijn, maar achteraf gezien was dat misschien dus wel helemaal niet zo. Dus als ik echt bij het begin moet beginnen, moet ik beginnen bij mijn geboorte (was ik toen al homo? Of zijn we in deze bevooroordeelde samenleving nog allemaal hetero als we geboren worden? Nee toch? Dat slaat nergens op). Hoe dan ook, dat lijkt me ook weer wat overdreven. Laat ik dan beginnen in, nee, ná groep 8, toen ik voor het laatst verliefd was op een meisje. Ja, dat is een mooie plek om te beginnen.

In de eerste en tweede was ik nergens echt intens mee bezig. Maatschappelijk betrokken was ik niet en mijn leven draaide om bewijzen hoe goed ik was. En om (eindelijk eens een keer) goede cijfers halen voor wiskunde en Mens en Natuur, één of andere samenvoeging van natuurkunde, scheikunde en biologie, waardoor we die vakken godzijdank niet allemaal apart hadden. Dat soort dingen. Waar ik in ieder geval niet mee bezig was, was: meisjes. Niemand die ernaar vroeg (“Goh, ben jij eigenlijk verliefd?”) en dat was voor mij reden genoeg om me er niet mee te bemoeien. Ik zou ‘de ware’ wel een keer tegenkomen. Dacht ik. Als we het over homo’s hadden, stelde ik me vaak wat afwachtend op. Mijn mening was gewoon dat homo’s OK waren, hoewel ik een chronisch gebrek aan informatie over dat onderwerp bleek te hebben, achteraf. Eén vriend, die ik nu anderhalf jaar later nog maar nauwelijks spreek, prijs ik om de moed die hij toonde toen een klasgenote vroeg of hij op jongens of op meisjes viel. “Voor zover ik weet op meisjes,” was zijn antwoord. “Maar dat kan zo anders zijn.” Had mij zo’n instelling gegeven in de tweede. Maar ik vond het destijds zelfs ietwat gênant dat hij dat zei. De reactie van mijn klasgenote en haar vriendin was ook enigszins ontnuchterend: ze begonnen te giechelen. Dat deed die vriend niks. Fantastisch.

Waren er dan écht geen tekenen van een eventueel homoschap (om even een nieuw woord te introduceren: presidentschap, voorzitterschap, homoschap…)? ‘Tuurlijk wel. Ik mag dan een groentje zijn geweest, ik had ook een ik buiten de ik die iedereen kende. Die ik fantaseerde over hoe het zou zijn om ‘het’ met een jongen te doen. En zo. Maar alleen ‘het.’ Over relaties en zo dacht ik helemaal niet na. Voor mij was het duidelijk: ik was ‘gewoon’ hetero. En even voor de duidelijkheid: als je als jongen fantaseert over seks met jongens, wil dat niet zeggen dat je gay bent. Wel eens van een ‘experimentele fase’ gehoord?

Bij Mens en Natuur kwam het onderwerp ‘homoseksualiteit’ ook een keer ter sprake. De docente zei dat je er niet voor kiest om homo te zijn en dat je dat overkomt en er niks in te zeggen hebt. En of iemand daar zijn mening over wilde geven. Ja, ik wilde wel. Want ik dacht dat ik goed geïnformeerd was.

“Maar je kunt er wel vanaf komen, toch?”

Epische uitglijder. Wist ik veel.

“Zo klinkt het net alsof het een ziekte is,” stelde de lerares, die me toch al niet zo goed lag, volkomen terecht. Sommige klasgenoten lachten. Die dappere vriend maakte zijn afkeer jegens mijn domme opmerking duidelijk. Dat kon me verder niks schelen. Zolang het maar geen betrekking had op mij.

Ook vroeg de docente of we er voor de volgende les over na wilden denken hoe je zou reageren als je beste vriend je zou vertellen dat hij homo was. En dat deed ik. Ik besloot dat ik het goed zou vinden, maar de gedachte dat hij dan misschien verliefd op me zou zijn, wat best een arrogante gedachte was, vond ik wel beklemmend. Ik kreeg niet de kans om die mening klassikaal tentoon te spreiden. De lerares heeft er niet meer naar gevraagd.

Nu zit ik op een dood punt in mijn verhaal. Ik ging naar 3 VWO. Al mijn vrienden gingen naar de HAVO-klas. Dat was best wel eenzaam en ik zag er tegenop, maar al direct op dag één van het derde schooljaar, minuut vijf of zo, bleek dat dat niet nodig was geweest, en binnen een week bestond mijn vriendengroep uit Maarten, Ralf en Simon. Maarten, Ralf en Simon gingen om met Steph en Michael en omdat zij dat deden, deed ik dat ook. Maar ik vond Steph en Michael helemaal niet aardig. Ze waren gewoon heel erg racistisch en ze zeiden dingen die Hitler gezegd had kunnen hebben en dat gaat echt tegen al mijn principes in. Soms begreep ik gewoon niet waarom Maarten, Ralf en Simon ze aardig vonden.

Schelden met homo deden ze ook. En ze stigmatiseerden ongeveer tweehonderd keer per dag. Ze waren er heilig van overtuigd dat alle stereotypen die homo’s zoals Gordon (die zelf zegt bi te zijn, maar dat geloof ik echt niet) nadrukkelijk met zich meedragen, klopten. Ik kon ze soms echt gewoon niet uitstaan. Ook al niet toen ik nog dacht hetero te zijn.

Ergens is er iets gebeurd in mij, begin 2013. Dat was eigenlijk de eerste keer dat ik mezelf bijna hardop hoorde denken dat een jongen die ik op tv zag eigenlijk wel heel erg mooi was. Hoorde je dat wel te denken, als heteroseksueel persoon? Nee toch? Was dat niet heel erg ‘gay?’

Om daar achter te komen, ben ik even wat meer op internet gaan rondzoeken. Even dacht ik dat ik jongens inderdaad leuker vond dan meisjes, maar toen ik daar later nog over nadacht, trok ik de conclusie dat dat toch niet waar was. Ik was toch niet zo’n rare flikker? Kom nou.

Pas een paar weken later besefte ik me dat ik natuurlijk bi was, als ik op zowel jongens als meisjes verliefd kon worden.

Mensen zeggen vaak dat bi zijn heel erg makkelijk moet zijn, omdat je op praktisch iedereen, ongeacht geslacht, verliefd kunt worden. Ik zou het je niet kunnen vertellen, want ik ben nooit bi geweest. Dat dacht ik alleen maar.

Net na de zomervakantie liep ik mezelf continu te corrigeren, als ik aan jongens dacht. Het mocht gewoon niet dat ik homo was. Niet ik. Maar ik moest er wel aan geloven. Begrijp me niet verkeerd, meisjes zijn heel leuk, maar niet leuk-leuk. En ook niet mooi. Jongens wel. Dus het zal september zijn geweest, toen ik eigenlijk tegen mezelf zei: “face it, man, je bent gewoon homo.”

Daar voelde ik me heel ongelukkig over, aan het begin. Ik vond het zeker niet leuk dat mij weer zoiets moest overkomen. Dat ik een zootje maakte van mijn leven, dat was wel duidelijk. Maar ik had er toch niet voor gekozen? Ik was toch zo geboren? Ik kon er toch niks aan doen? Nee toch?

OK, plan A werd door mij in werking gezet: dat hoefde niemand te weten. Ik probeerde zo stoïcijns mogelijk te blijven als het gesprek ooit op homo’s belandde, maar dat gaf ik al heel snel op. Ik vond het namelijk vreselijk wat er soms over homo’s werd gezegd en ik moest er gewoon tegenin gaan. Dus daar was plan B: doen alsof ik een straight ally was.

Maar daarom vonden een aantal mensen, met name Steph en Michael, het juist heel erg leuk om met mij de confrontatie op te zoeken. Ze maakten aannames over homo’s die niet waar waren, zoals dat je seksuele geaardheid een keuze is en die argumenten kon ik heel goed weerleggen, maar niet zonder op zijn minst te laten doorschemeren dat ik zelf homoseksueel was. Ik wilde het graag in hun gezicht schreeuwen en begon steeds meer last te ondervinden van plan A en B. Dit kon ik niet lang meer voor me houden.

En in de nacht tussen 21 en 22 december 2013, in de kerstvakantie, kon ik er niet meer tegen. Ik voelde me zo slecht en verdrietig en in de dagen ervóór had ik werkelijk met iedereen ruzie gemaakt en die opgekropte emoties die ik nergens kwijt kon maakten dat ik me chagrijnig, eenzaam en lusteloos voelde. Dus in die nacht heb ik stiekem mijn laptop tevoorschijn gepakt en ben ik gaan schrijven. Een e-mail. Aan Maarten. Ik trilde en ik huilde en ik voelde me superzenuwachtig, maar ik twijfelde geen moment om op ‘verzenden’ te drukken. Ik moest uit de kast komen. Plan C. En hij was de eerste die het zou weten.

Hoi Roelant,

Ik weet dat dit een belachelijk tijdstip is om terug te mailen, maar nadat ik je mailtje gelezen had wilde ik even wat aan je kwijt.

Allereerst wil ik je zeggen dat ik het écht enorm op prijs stel dat je me vertrouwt, dat vind ik écht, écht heel erg fijn. Wel is het zo dat ik nu een beetje sprakeloos ben, niet negatief, maar ik weet gewoon niet zo goed wat ik moet zeggen. 

Laat sowieso voorop staan dat dit niets betekent voor onze vriendschap. Wij waren, zijn en blijven vrienden. Verder weet ik niet wat ik eigenlijk moet zeggen. Je weet hoe ik tegenover homoseksualiteit in het leven sta. Ik vind dat je moet kunnen laten zien wie en wat je bent, dat je dan gay bent is een deel van jezelf.

Zoals je weet kan je me voor 200% vertrouwen. Je belast me met deze informatie écht niet hoor, zoals je weet heb ik niets tegen homo’s en zou ik niet weten waarom ik dit zou moeten rondbazuinen. Trouwens zo mooi is Koeweit nou ook weer niet. 

Net half 3 geweest en ik ben officieel doodop. Maar het lucht enorm op, je te vertellen dat ik je steun. 

Groetjes,

Maarten

In de dagen daarna heb ik zonder aarzelen een leraar op de hoogte gebracht, hij stond in een GSA-folder, dus vandaar, en een vriendin, Lauren, was de derde. Allebei reageerden ze net zo positief en enthousiast als Maarten en dat voelde bijzonder lekker. Nu had ik 3 mensen om op terug te vallen. Tot half februari 2014 heb ik het niemand meer verteld.

In die periode waren Steph en Michael goed op dreef; homo’s dit, homo’s dat… ik werd absoluut niet warm gemaakt om ze te vertellen van mijn seksuele geaardheid en dat heb ik toen ook maar niet gedaan.

De vertrouwenspersoon van de school was meneer Dörflinger en hij was de vierde persoon met wie ik mijn probleem deelde, ergens begin februari. Dat was eigenlijk meer voor de vorm; veel heb ik er niet aan gehad.

Ralf daarentegen heeft zich echt bewezen. Ik vertelde het hem dezelfde middag als het gesprek met meneer Dörflinger en hij had superveel respect voor het feit dat ik er openlijk over durfde te spreken en gewoon goed omging met de emotionele druk die bij het comingoutproces komt kijken. Hij wilde me helpen en stond open voor een gesprek, en hij sprak zijn visie op de situatie duidelijk uit. En homo’s en vooral lesbiennes vond hij de leukste mensen ter wereld. Een beetje positieve discriminatie mag soms ook wel.

Onze school organiseerde een reis naar het übermoralistische Oeganda en dat nieuws bereikte onze klas op de dag dat ik meneer Dörflinger en Ralf op de hoogte bracht. Nu ben ik een fervent reisfanaat en wilde ik dol- en dolgraag mee op die reis, maar uitgerekend Oeganda was in die periode bijzonder negatief in het nieuws vanwege de draconische anti-homowet die de president had ondertekend. Dus was ik heel erg in de war en kon er met zat mensen over praten, maar ik dacht toch: “Man, je moet het zelf beslissen.”

Uiteindelijk heb ik me ingeschreven voor de reis, en op woensdagochtend 26 februari ben ik naar het kantoor van ‘reisleider’ meneer Willems gegaan en heb hem ook verteld wat me dwars zat. Hij nam het in acht en veranderde de bestemming onmiddellijk in Zuid-Afrika.

Die dag kwam ik erachter dat ik niet de enige was die geprobeerd had een andere bestemming te forceren: mijn vader had ook gecorrespondeerd met het organisatieorgaan dat namens de school de reis organiseerde. Ik had mensen van die organisatie al verteld dat ik homo was en ik merkte dat ze er niet geheel in slaagden om dat voor mijn vader geheim te houden, waarvoor ze overigens netjes hun excuses hebben aangeboden. Ik wist wel dat ik niet lang meer in de kast kon blijven en dus hield ik me voor om het die avond bij het eten te doen. Te zeggen dat ik homo was.

Ik wist mezelf die avond helemaal high te krijgen met muziek en humoristische filmpjes, het KRO-programma “Uit de Kast” en een gesprek met een leuke homojongen. Ik was er klaar voor. Ik ging het zeggen.

Het is eigenlijk gek dat ik me van mijn comingout aan tafel die avond niks meer in details herinner. Wel weet ik nog dat ik het zo snel zei dat ze allemaal, mijn ouders, broertje en zusjes, even dachten dat ik een grapje maakte. Het voelde lekker om het te zeggen, hoewel ik uiteraard wel zenuwachtig was, en ik werd wel even boos op de mensen van de reisorganisatie toen ik hoorde wat mijn vader allemaal al wist, maar dat was ook zo weer over. De reacties waren heel positief en ik was heel blij, hoewel ik het eigenlijk wel verwacht had. Bij de voetbaltraining die avond heb ik veel simpele doelkansen gemist; mijn hoofd stond er niet naar. Het voelde gek om uit de kast te zijn. Maar ook heel lekker.

Donderdag 27 februari was de gekste dag uit mijn hele leven. Het was de dag tussen de twee belangrijkste dagen in mijn leven. De dag dat ik thuis uit de kast kwam was al geweest. Nog één nachtje slapen en ik zou het ook aan de gehele klas vertellen. Die donderdag was ik heel erg stil, heb ik nogal last gehad van hormonale stemmingswisselingen en mensen afgeblaft. Ook voelde ik me zó zenuwachtig voor morgen dat ik dacht over te moeten geven. Is niet gebeurd. 

De onderstaande tekst heb ik ook gepubliceerd op mijn blog op jongenout.nl, maar dan zonder namen. Fantastische website is dat trouwens.

Een invaller… nee toch! Net nu ik alles met mijn mentor ingecalculeerd had, moest ik alles gaan improviseren.

“Ik had met de mentor afgesproken dat ik deze les even iets belangrijks aan de klas zou vertellen.”

Licht verbaasd keek de invaldocent, die ik vorig jaar het enige pluspunt aan het vak natuurkunde had gevonden, me een beetje glazig in de ogen.

“Oh… oké…”

“Wat vroeg je aan hem?”, vroeg Simon aan me, toen ik naar mijn tafelgroepje liep.

“Dat hoor je zo.”

Het duurde even voor de klas stil was. De invaller mompelde iets over een gebrek aan lesmateriaal en richtte zich toen tot mij.

“Maar nu iets heel anders… Roelant wil iets zeggen, heb ik begrepen.”

“Ja,” stamelde ik. “Ik kom wel even naar voren.”

Ik stond op  en probeerde mijn stoel aan te schuiven, maar er zat iets in de weg. “Dzjiezus,” vloekte ik, hetgeen tot de nodige hilariteit leidde. Met onhandige passen stapte ik naar voren, zenuwachtiger dan ooit maar vastberaden, en ik ging tegen het bord aan staan.

“Yo guys.”

Gelach. Waarom zei ik in godsnaam “yo guys?”

“Ik moet even iets aan jullie kwijt.”

Even maakte ik oogcontact met Ralf. Hij knikte bemoedigend.

“Ik heb echt een rottijd achter de rug. Dat heeft een paar redenen gehad, maar één hoofdoorzaak, zeg maar, waardoor ik de laatste tijd heel erg in de war was.”

Het piepkleine klaslokaal was gevuld met een ijzingwekkende stilte. Ik trilde, maar negeerde het.

“En deze week had ik daar echt genoeg van, dus ik heb eergisteren al thuis verteld wat me dwarszit en nu vind ik dat jullie ook moeten weten dat ik op jongens val, dat ik homo ben.”

Een lid van de Gay-Straight Alliance van onze school glimlachte mijn kant uit. Van binnen voelde het heel raar dat ik het nu gewoon gezegd had… ik was immers met een verschrikkelijke buikpijn wakker geworden om een uur of half vijf en had in die tijd wel 200 keer tegen mezelf gezegd dat ik het niet zou gaan doen, maar ik deed het toch. Ik had het echt gezegd.

Terwijl de klas me geïnteresseerd aan bleef kijken, ging ik verder:

“Ik vind het heel eng om dit tegen jullie te zeggen, maar ik hoop dat dat niet nodig is.”

“Nou, wat knap,” zei de invaldocent.

Ralf, met wie ik afgesproken had dat hij zou gaan klappen, deed wat hij moest doen en een kort applaus steeg op in de ruimte.

“En nu mag iedereen het ook weten. Je mag het tegen iedereen zeggen – liefst niet via de social media – enneh… ja… oh ja! Zijn er nog vragen?”

Weer gelach. Ik bedacht me hoe doodongelukkig ik er uit moest zien, mijn armen om me heen geslagen en mijn ogen min of meer op het plafond gericht.

“Ja, misschien is dit wel ook een goede gelegenheid om even wat vragen te stellen,” zei de leraar.

“Ja, meestal zijn er namelijk wel vragen,” zei ik.

Een meisje stak haar hand op.

“Goed dat je het verteld hebt,” zei ze.

“Dankjewel,” zei ik zacht.

Stilte.

“Verder niemand?”

Niemand reageerde.

“Oh… oké… bijzonder…”

Toen ik gewoon achter een doodnormale opdracht aan het werk zat, kwam er een meisje naar me toe. Ze was de eerste van zo veel mensen die die dag naar me toe kwamen. Allemaal positieve reacties en iedereen even begripvol. Complimentjes, vragen… Het verspreidde zich niet als een lopend vuurtje, maar iedereen die net zoals ik in het vierde leerjaar zat, wist het al snel. Ook de meest homofobe mensen uit mijn klas en daarbuiten hebben niks negatiefs gezegd. En ik voelde me alleen maar heel dankbaar.

“Roelant, ik vind je nu echt heel cool,” zei het meisje.

“Dank je,” zei ik. “Ben je verrast?”

“Eigenlijk wel,” zei ze. “Ik had het nooit gedacht.”

Uit de kast komen is het beste wat ik ooit gedaan heb. Ik heb de beste klas ter wereld, iedereen vond me supercool en ik voelde me echt héél blij. Op maandag 10 maart is mijn voetbalteam aan de beurt. Dan stuur ik wel een update.

Dankjewel voor het lezen! Veel succes met jullie comingout.

 

P.S.

Ik heb vele uren besteed met een koptelefoon op mijn hoofd, luisterend naar liedjes die me soms een beetje droevig maakten of zelfs heel verdrietig, maar die ik op een goede dag luidkeels mee wilde zingen en die me lieten dansen tot ik erbij neerviel. Muziek heeft me geholpen, en dan vooral de volgende liedjes, die ik jullie zeker niet wil onthouden:

-Jason Mraz – “I’m Yours”

Bekend lied uiteraard en met een beetje fantasie een geweldige gay anthem.

Architecture in Helsinki – “Escapee”

Niet voor mensen die niet tegen metaforische teksten kunnen. Wel een lekker nummer.

-Alicia Keys – “No One”

Waarin stiekem ook wordt omschreven waar veel homo’s last van hebben als ze echt van iemand houden.

-Jordin Sparks – “This is my now”

Leuk voor na de comingout.

-U2 – “Ordinary Love”

Niet alleen opgedragen aan een geweldig voorvechter van homorechten, Nelson Mandela, maar ook nog eens een zeer inspirerend lied.

-Cali y El Dandee – Gol

Het lied gaat over de persoon die je bent en dat mensen mogen zeggen wat ze zelf willen. Jij blijft jezelf.

-Rock Mafia – “I am”

De titel spreekt voor zich.

-Naughty Boy – “La la la” ft. Sam Smith

Iedereen weet waar het nummer over gaat. Ik zing dit in mijn hoofd vaak voor de mensen die moeite zouden kunnen hebben met mijn seksuele geaardheid.

-Lily Allen – “Fuck You”

Hetzelfde als “La la la,” maar dan iets bruikbaarder als je eens lekker wilt schelden.

-Macklemore – “Same Love”

Ik kon mijn tranen niet bedwingen. Dit is het ultieme homo-lied. Het laat ons zien wat ons grootste probleem is: we worden niet begrepen door zo fucking veel mensen. Dankjewel, Macklemore! Fantastisch gedaan.

 

 

Update 12 maart 2014

Hoi! Hieronder staat de update over mijn voetbalteam, zoals beloofd. Wederom fictieve namen bla, bla, bla:

“Jongens. Allemaal even verzamelen in kleedkamer 2.”
“Kleedkamer? Waarom de kleedkamer?”
Eelco grijnsde.
“Daar gaan we de warming-up doen.”
Ik besloot gewoon mee te doen.
“Ja, rondjes lopen door de kleedkamer.”
Johannes, de coach, keek me even aan en we liepen naar binnen.
Ik was als eerste binnen en ik keek toe hoe mijn voetbalteam zich in de kleedkamer verzamelde, nieuwsgierig naar wat er te gebeuren stond. De wedstrijdtrainer, Herman, had zich inmiddels bij ons gevoegd. Hij nam het woord.
“We zijn hier allemaal omdat Roelant even iets wil zeggen.”
Hij keek me vragend aan.
“Ja…”, stamelde ik. “Ik ga even hier staan.”
Ik ging voorin staan.
“Ik wil inderdaad even iets zeggen.”
Mijn broertje keek met een even veelbetekenende als nietszeggende blik mijn kant uit. Ik had hem niet verteld dat ik dit ging doen.
“Voordat ik dat doe is het misschien handig om even te zeggen waarom ik dit vertel, anders vragen jullie het toch. Ten eerste weet de hele school het al en mensen daarbuiten, dus jullie komen er sowieso wel achter en dan is dit een wat duidelijkere manier om het te zeggen. Ten tweede zijn jullie als team en dit hele voetbalgebeuren belangrijk voor mij en dus vind ik dat jullie het recht hebben om ook te weten dat ik op jongens val, dat ik homo ben.”
Stilte, maar niet zo’n ijzingwekkende.
“Ik hoop dat jullie ook begrijpen dat ik daar niet om gevraagd heb. Als ik had mogen kiezen, was het zeker niet zo geweest. Maar ik mocht niet kiezen en nu ben ik het zat om iemand te zijn die ik niet ben.”
En iets over dat ik hoopte dat ze het oké zouden vinden.
“Ja, oké.”
“Respect.”
“Hm-mm.”
“Wauw.”
Alles viel van me af. Dat was echt een goede reactie. Had ik me toch weer voor niks druk gemaakt.
Eelco kwam achteraf naar me toe.
“Vond je het spannend?”
“Nou,” zei ik, “ik ben wel blij dat ik het nu nooit meer hoef te doen.”